Het is belangrijk dat iemand die voor het eerst een hoortoestel draagt daarbij een goede start maakt. Hierna vindt u adviezen die u daarbij kunnen helpen.
De meeste moderne hoortoestellen bieden een scala aan mogelijkheden, parameters en kenmerken die de gevolgen van de meeste soorten gehoorverliezen kunnen verminderen. Bovendien kunnen deze toestellen individueel worden aangepast, zodat de gebruiker kan profiteren van een heldere, natuurlijke en aangename geluidskwaliteit.
Juist omdat er zoveel mogelijkheden zijn, bestaat ook de kans dat de aanpassing de eerste keer nog niet optimaal is. Meestal echter slagen de hoortoestelgebruiker en de audicien erin om vanaf het begin al de juiste balans te vinden. Voor meer dan de helft van de mensen die voor de eerste keer een hoortoestel gebruiken geldt dat zij binnen een paar maanden tevreden zijn over hun hoortoestel(len).
Voor anderen verloopt het niet zo eenvoudig. De eerste uitdaging voor de oren en de hersenen is het wennen aan een heleboel geluiden die de hoortoestelgebruiker soms alle vele jaren niet meer heeft gehoord. Is het volume van het hoortoestel te hoog ingesteld, dan kan de gebruiker zelfs schrikken van het geluid.
Bovendien heeft iedereen een ander gehoorverlies, zodat het nodig kan zijn om het hoortoestel fijn te regelen. Misschien versterkt het toestel de verkeerde frequenties (hoge en lage tonen) of geeft het teveel versterking in een gebied waar de gebruiker juist erg gevoelig is voor geluid – zodat het hoortoestel een negatief effect kan hebben in plaats van een positief. In dit verband is het goed te vermelden dat het helaas mogelijk is dat iemand zo’n bijzonder gehoorverlies heeft dat hij of zij niet kan worden geholpen met een hoortoestel.
Het is, uiteraard, de gebruiker die het hoortoestel moet dragen en de juiste balans dient te vinden. Als de hoortoestellen in de kast belanden in plaats van in de oren, is het vaak moeilijk om te bepalen wat er mis is.
Iemand die voor het eerst een hoortoestel gebruikt, krijgt onder andere te maken met:
het accepteren van een nieuwe geluidsomgeving
het wennen aan het feit dat er iets in het oor zit
het gevoel dat de oren zijn ‘verstopt’
een andere waarneming van de eigen stem en het horen van geluiden in het lichaam
het aanpassen van de sterkte van de eigen stem
De eerste paar dagen kunnen de geluiden die de gebruiker hoort door de hoortoestellen onnatuurlijk en overdonderend overkomen. Bovendien kan het moeilijk zijn om de verschillende geluiden te onderscheiden. Realiseert u zich echter dat niet alleen de oren moeten wennen aan het verwerken en waarnemen van het nieuwe geluid, maar ook de hersenen.
Echter, worden de geluiden over het algemeen als pijnlijk, vervormd of verwarrend ervaren, dan is er iets mis. In dat geval dient de gebruiker de audicien te raadplegen.
Wordt het dragen van de nieuwe hoortoestellen als vreemd ervaren, dan kan het verstandig zijn om meerdere malen per dag de toestellen minstens een uur te dragen, het liefst in verschillende luistersituaties. Zo kunt u langzaamaan wennen aan het nieuwe luisteren. Is het volume na enkele weken nog steeds te hoog en raakt u met de hoortoestellen eerder vermoeid dan zonder, dan kan het verstandig zijn om de toestellen zachter te laten instellen.
Om de juiste correcties te kunnen toepassen heeft de audicien nauwkeurige informatie nodig. De mededeling ‘het klinkt niet goed als er plotseling een hard geluid is’, is veel informatiever voor de audicien dan ‘het klinkt niet goed’. Probeer ook na te gaan of de problemen zijn gerelateerd aan hoge of juist lage geluiden, of het geluid vervormd klinkt of onnatuurlijk en of spraak duidelijk wordt weergegeven. Let u ook op of het geluid aangenaam of juist te hard of te zacht klinkt in een lawaaiige omgeving.
Luister naar verschillende geluidsbronnen, zoals gerinkel van servies en bestek, stromend water uit een kraan, het doortrekken van het toilet, verkeersgeluiden, voetstappen op een harde vloer, kinderstemmen, muziek, een deur die dichtslaat, gelach, gereedschap, een draaiende machine, enz. Probeer te horen of deze geluiden een natuurlijk onderdeel van de geluidsomgeving vormen. Denkt u dat deze dagelijkse geluiden niet in balans zijn, of dat bepaalde geluiden niet goed worden weergegeven of zelfs irritant zijn, dan kan een goede omschrijving hiervan de audicien duidelijk maken wat er niet goed is.
Bij de meeste digitale hoortoestellen is het mogelijk om de balans tussen de luide en zachte geluiden in te stellen. Luister of zachte geluiden (het tikken van een klok, het geluid van de koelkast, verkeer op afstand) niet onnatuurlijk luid zijn, maar realiseert u zich daarbij wel dat dit de geluiden zijn die u voorheen meestal niet kon horen.
Vraag mensen met een goed gehoor uit uw omgeving hoe zij de balans ervaren.
Er is tijd nodig om te wennen aan het feit dat er iets in het oor zit. Het kan soms wel enkele maanden tot een half jaar duren voordat iemand dit niet meer voelt. Het is echter wel belangrijk dat het hoortoestel goed in het oor past. Past het oorstukje/schaaltje niet goed in de gehoorgang, dan kan het hoortoestel niet optimaal werken of gaan fluiten (terugkoppeling).
Doet het oor pijn als het hoortoestel wordt gedragen, dan is er iets niet goed. Gedurende de eerste dagen kan het hoortoestel wat strak aanvoelen en het oor wat gevoelig zijn. Verdwijnt dit niet binnen een week, neemt u dan contact op met uw audicien om het oorstukje/schaaltje te laten bijwerken. Een enkele keer kan het nodig zijn om een nieuw oorstukje/schaaltje te laten maken.
Soms kan iemand last krijgen van een branderig gevoel of een allergische reactie op het oorstukje/schaaltje. Verdwijnt dit niet binnen enkele weken, dan kan het nodig zijn om bijvoorbeeld oordruppels te gebruiken. Neemt u hiervoor contact op met de huisarts of de KNO-arts. Blijft de allergie bestaan, dan kan het nodig zijn om een oorstukje van een ander materiaal te laten maken.
Draagt iemand voor het eerst een hoortoestel, dan kan de eigen stem in het begin onnatuurlijk klinken. De meeste mensen wennen hier echter binnen enkele maanden aan. Is dat niet het geval, dan kan het zijn dat het hoortoestel niet helemaal correct is ingesteld. Ook is er tijd nodig om te wennen aan ‘interne’ geluiden, zoals kauwgeluiden en het gevoel van ‘verstopte’ oren. De vorm het oorstukje/schaaltje en de ontluchting spelen hierbij een rol.
Aanvankelijk kan het moeilijk zijn om te bepalen hoe het volume van de eigen stem is. Familie en vrienden kunnen helpen om de juiste balans te vinden.
Treden er problemen op, dan kan de gebruiker – ongeacht de oorzaak – het beste contact opnemen met de audicien. Soms zijn er meerdere bezoeken nodig om een probleem op te lossen. Sommige gebruikers kunnen hierdoor ontmoedigd raken, of het gevoel hebben lastig te zijn, maar bij opgeven heeft niemand baat.
Hoortoestellen kunnen belangrijke hulpmiddellen zijn om de levenskwaliteit en stemming van iemand te verbeteren. Ook de audicien ziet – uiteraard – ook graag een positief resultaat.
Het wennen aan een hoortoestel zal enige tijd in beslag nemen, maar miljoenen ervaren hoortoestelgebruikers kunnen getuigen dat het de moeite waard is. Onthoud echter altijd: er is maar één persoon die kan bepalen of de hoortoestellen goed werken – en dat is de gebruiker.